Interview met Hein Tunnissen

Interview met Hein Tunnissen

”Vuistregel: koop een Ninco die je leuk vindt en geef dat geld nog een keer uit aan onderdelen en dan heb je wat.”

Racebaaninfo.nl – JeeWee over slotcars en racebanen | Bekijk Racebaaninfo ook op Facebook

Monoloog

Interview met Hein Tunnissen

Hein Tunnissen is een overtuigd slotcarracer. Het gaat hem om de vriendschap, het lachen en de spanning van het racen. Vaak dwars (siliconenbandjes!), maar ook wars van geblaat zonder argumenten. Dan scherpt hij zijn pen en doopt hij hem in vitriool voor een nieuwe blog. NSR en Slot.It zijn gewoon spijkerharde commerciële bedrijven. “Vergeet dat nooit! Innovaties zoals EVO 4 zijn vooral bedacht om te verleiden, niet om te winnen”, zo orakelt hij en die opvatting is vooral ingegeven door professionele journalistieke argwaan. Italië? Cosa Nostra!

De interviews van Racebaaninfo.nl komen via de e-mail tot stand. Voor de één is dat lastiger dan voor de ander. Op deze site lees je interviews met mensen die nooit schrijven en mensen die zeer bedreven zijn met het toetsenbord. En als je een journalist aan het woord laat, wordt het anders dan anders! En dat wordt zeer gewaardeerd.

Wie ik ben en wat ik doe

Echtgenoot (61) van Thea, met dochter en zoon, eigenaar Textfree, journalist/eindredacteur, DHZ-er, hobbyist, zeiler, blogger, liefhebber van dieren en de natuur en slotcarracer. Ooit opgeleid als TV- en radiojournalist, maar op het laatste moment overgestapt naar de schrijvende pers. Niet zo heel vreemd, want voor de elektronische media moet je minstens zoveel schrijven. Laten we maar zeggen dat het de liefde voor de taal en de krant is geweest. Mijn werkterrein als krantenman lag deels in het buitenland (allround), meer gespecialiseerd nationaal (bouwnijverheid/milieu) en de laatste jaren voordat ik mijn eigen bureau opzette (1988) vooral in de Randstad met een dikke streep onder Den Haag. Ik woonde op talloze plaatsen en uiteindelijk in Ouderkerk a/d Amstel. Toen was ik al helemaal opgeschoven naar het maken van ‘blaadjes’, magazines dus. Dat kwam ook omdat ik wat voorzichtiger met vrienden en vriendinnen werd: ze liepen nogal veel weg omdat met een krantenman nu eenmaal niet te leven valt. Spreek je wat af, moet hij weer weg! “Ja, daag!”

Mijn vrouw vond ik in café ‘De Vrije Handel’ in de Dorpsstraat in Ouderkerk, juist toen ik besloten had dat ik weg wilde uit de Randstad vanwege het lawaai, de files en de idiotie, zoals op zondag gaan wandelen in het Amsterdamse Bos of in de buurt van Blaricum! Doorslaggevend was de ochtend dat ik wakker werd door het verkeer op de Rijksweg A9 dat al ter hoogte van de Ouderkerkerplas tot stilstand kwam. Wat een mesjogge land! Wakker worden van de stilte! Mijn vrouw heeft razendsnelle hersens, dacht minder dan drie seconden heel diep na, zei ja en toen woonden we in Musselkanaal. We trouwden, kregen een Fries (SamSam) voor ons huwelijk en zette die naast onze vier shetlandertjes die we al eerder kochten op de paardenmarkt in Zuidlaren. Later kwam daar nog ons schaakstuk IJsbrand bij, de grote vriend van Sam. IJsbrand was een kleine Friese hengst die keer op keer tegen alle medische wetten in bleef leven. Fysiek van porselein, maar wat een lief paard. Hij wist drommels goed dat we hem meerdere keren voor de hellepoort hebben weggesleurd.

Interview met Hein Tunnissen

Groningen - Musselkanaal

Zelf had ik wat minder goed nagedacht over de aankoop van onze woonboerderij, want ik werkte nog in Den Haag. Ik pendelde vier keer per week naar de residentie. Vijf uur op, per auto naar Assen, trein, stipt om 9.00 achter mijn bureau. ’s Avonds omgekeerde volgorde, net voor het Journaal weer thuis. Het kostte mij geen enkele moeite; acht jaar gedaan. Toen had ik vooral genoeg van Den Haag en vooral van het feit dat iedereen overal mee wegkomt. Ik zeg Teeven! Ik roep Eurlings! Ik schrijf Kamp, …Bah!

Het was wel een wat drukke tijd met twee kleine kinderen, een stal vol dieren, twee honden, twee katten en later nog een handvol konijntjes. Ik herinner me nog dat ik ooit in donker november, net terug uit Den Haag, een immens speelrek bij het schijnsel van een bouwlamp in elkaar aan het zetten was, dat mijn vrouw die middag had gekocht. Een tandemasser vol balken en bouten, maar dan heb je ook wat! Ongeveer een maand geleden heb ik dat bouwwerk weer afgebroken, zoals dat gaat. Kindertjes worden groot. Doen nu beide op hun slofjes Technasium in Stadskanaal en kijken al reikhalzend uit naar de echte wereld: Delft, Enschede of Eindhoven voor Rick. Amsterdam, Utrecht of Hamburg voor Joyce. Of omgekeerd, want ze zijn nog wat wispelturig.

Mijn vrouw en ik leefden die jaren in een bijzonder straf en gedisciplineerd tempo, want alles wat je uitstelde, kreeg je de volgende dag dubbel op je bordje. Het werkte vooral omdat ons huis met militaire precisie is ingericht en vooral opgeruimd. Ik zoek nooit naar een hamer! En dat is ook niet nodig! Het scheelt enorm veel tijd en die stijl van leven is uiteindelijk veel eenvoudiger en maakt dat je meer kunt doen. In mijn blog heb ik ooit een beetje gekankerd op de zooi in de racekisten van slotcarracers. Is dat zo erg? Ja. De ongevalscijfers op bouwplaatsen in Nederland liepen hard terug toen aannemers werd verteld dat zij de bouwput beter moesten organiseren en vooral moesten opruimen. Zelfs de kosten lopen terug. F1, nog zo’n voorbeeld. Daniël Ricciardo komt de pit in (Monaco) en er zijn geen banden! Dan doen je iets heel erg fout! Fastnet Race in 1979, dramatisch verlopen race! Oorzaak was natuurlijk de onverwachte storm, maar evenzeer het feit dat de bemanningen aan dek de zaken niet op orde hadden. Als schipper op een skûtsje was ik in mijn jonge jaren meedogenloos als het om opruimen ging. Toen al. Ik schreef: winnaars hebben een opgeruimd dek (racekist)!

In den beginne

De slotcar-fever hangt daar mee samen. Mijn broer en ik waren te gast bij familie in Herpen. Zij hadden daar een boerderijtje gekocht om Haarlem te ontvluchten. Zes jongens met een enorme Scalextric tweesporenbaan. Helemaal in hun stijl was het een bende van snoeren, kapotte auto’s en rondslingerende zooi, zoals verroeste schaatsen, halve tenten van Neef Sport, kapotte voetballen en wat dies meer zij. Geld zat, troep zat! Mijn broer en ik besloten dat dit beter kon. Onze Varianto-baan met Shell-autootje en vrachtwagentje met open laadbak kon niet op tegen dit geweld (Aston Martin!) en daar moest wat aan gebeuren. Helaas heeft mijn moeder, nog steeds alive and kickin’, nul verstand van techniek en zij kocht dus een baan van Circuit 24. In die doos zaten nota bene twee precies dezelfde auto’s! Hoeveel ruzie wil je hebben? Met die rare beltrafo-motoren mochten wij zelf het wiel uitvinden, want mijn vader had een drukke praktijk in Oost-Brabant en in het voorbij rennen vroeg hij meermalen of het leuk was, maar ik vraag me af of hij wist dat het een racebaan was.

Het was beslist geen succes, hoewel we er nog veel mee hebben gespeeld en ik leerde toen al het nodige over techniek, een aspect dat ik minstens zo belangrijk vond als het racen zelf. Het werd later een passie voor de F1 met Alain Prost. Moe van het zeilen, in die tijd een hobby die meer dan mijn vrije tijd opslokte, keek ik naar de prestaties van ‘Le Professeur’. Het aardige vond ik dat er maar één regel was: de snelste wint en je ziet maar hoe je het voor elkaar bokst. Met recht: de dood of de gladiolen. Daarbij vond ik dat de F1 het enige bruikbare laboratorium was voor die imposante auto-industrie. Mijn eerste auto was een Kever, gekocht voor 25 gulden. Twee jaar in gereden en toen ingeruild voor een Renault 5 GTX. Ik wist niet wat me overkwam; de weg bleek één groot circuit. Min of meer gelijktijdig introduceerde Renault de turbo (omstanders: Hahahahahaha!) en het kleine socialistische arbeidersfabriekje kreeg zware klappen en een heel gedeukt imago als er weer een opgeblazen turbo langs de kant stond. Maar het kwam goed, zoals iedereen onderhand wel weet. Ik heb eigenlijk nooit anders meer gereden met een klein lichtelijk debiel uitstapje naar Nissan, dat de Patrol (V6 diesel) leverde om onze paarden door het land te sleuren. Toch nog iets goeds aan die rot auto waar alles aan kapot ging en die ’s winters -strijk en zet- dichtvroor: ik werd in de polder op weg naar Emmeloord waar IJsbrand was geopereerd, geflitst. Met 132, met tweepaardstrailer aan de haak! Na aftrek van 5 km precies onder de fatale grens boven 80! Poeh, poeh!

Interview met Hein Tunnissen

Onder de Pannen

In ons huis in Musselkanaal hebben we een grote zolder boven onze grote schuur. We wisten niet zo goed wat we daar mee moesten, totdat mijn vrouw bedacht dat zij iets moest verzinnen om mij thuis te houden. Met een professionele horeca-achtergrond, kocht zij bij (DE) Piet Vet een biljart voor mannie. Die kwam op de zolder (plaats zat) en al snel zette haar oude werkgever er uit dankbaarheid voor inzet en passie, zakelijk inzicht en PR-uiterlijk, want een eufemisme is voor blonde stoot, een heuse flipperkast naast. Toen was er nog een zusje in Heidelberg dat een tafelvoetbalspel Made in Germany meebracht en zelf kocht ik er nog voor een paar knaken een tafeltennistafel van Heemskerk bij. Mooi ding! Om kort te gaan, onze Speelzolder annex Café ‘Onder de Pannen’ werd een groot succes. Sinterklaas deed er nog een dartbord bij (sindsdien op TV ook erg populair!) en we kochten ergens een onwaarschijnlijk groot leren bankstel voor wat gekeuvel en geklets. Resteerde nog een hoekje waar nog wel wat paste. Ik bedacht zelf: een racebaan voor Rick. Leek me leuk! Hij keek me verwachtingsvol aan en ging iets anders doen. Circuit Zolder? Circuit Kolder! Ik bouwde een Fleischmann-racebaan, waarbij hij in het midden kon zitten. Met een brug op basis van een oud houtenkeukentrapje kon hij zijn cockpit bereiken. Toen de belangstelling wat tegenviel, nul dus, besloot ik zelf door te gaan. Ik rekte de lengte op tot circa 48 meter (“Dat is wel cool, pap!”) en zorgde vooral voor een recht eind van 10 meter, omdat het me altijd opviel dat op racebanen de maximumsnelheid vrijwel nooit wordt gehaald om de simpele reden dat het rechte eind te kort is. Daar had ik op onze zolder geen last van. Ik zou er zomaar nog vier meter aan vast kunnen plakken, maar voor de topsnelheid is dat niet nodig. Allengs raakte ik steeds meer gefascineerd, ik kan niet anders zeggen. Er bleek in de loop der jaren ook veel veranderd te zijn. Hornby Scalextric was er nog en ook beduidend beter. Met mijn voorliefde voor F1 kocht ik vooral F1-karretjes en reed precies zoals op de circuits: op de limiet. Hield ik mijn vrouw gezelschap, dan las ik op de tablet of laptop het Racebaanboek. Ik had veel in te halen.

Interview met Hein Tunnissen

Amazingslotcarracing, mijn club

Toen ontmoette ik Paul. Hij spotte mij waarschijnlijk op Marktplaats en hij was het die mij, nadat hij naar mijn baan was komen kijken, bij Amazingslotcarracing in Tweede Exloërmond introduceerde, hier om de hoek. Maar die eerste avond op die houten baan was een ontgoocheling: ik knalde er zelfs stilstaand uit, zo leek het wel. Nog vreemder was dat we Paul daarna nooit meer hebben teruggezien. Mijn F1-bolides waar ik enorm veel van verwachtte, faalden volledig! Met behulp van de leden werd mijn wagenpark omgebouwd en mijn eerste auto was een Mosler AW van NSR. Deed het ook niet! Het kostte een paar avonden sleutelen, vallen en opstaan, op de tanden bijten en thuis wauwelen dat het ‘heel leuk’ was geweest, voordat het wat werd. En daar ging hij! Fluisterstil en moordend hard! YES!!! Ik leerde Klaas Bos beter kennen en begreep dat je ook deze hobby wel een beetje moet relativeren. Wel alles uitproberen! Zoals Ninco. Degenen die mijn blogs af en toe lezen, weten dat ik het merk verguis, maar met de hardnekkigheid van een fret aan de praat probeer te krijgen. Vuistregel: koop een Ninco die je leuk vindt en geef dat geld nog een keer uit aan onderdelen en dan heb je wat. En dat is iets in mij, dat ik niet goed kan verklaren. Dagen tobben over een probleem om het op te lossen. Wat is de truc? Wat moet ik doen of anders gezegd, waarom doet hij het niet? Amerikanen, zo ontdekte ik op Slot Forum International, doen niet anders. Daarbij zijn ze zo aardig (trots?) om de resultaten ruimhartig te delen. Van Parma controller, met instelbare rem dankzij SRC Eindhoven (Jeroen den Broeder), naar de SCP 1.1 van Slot.It. Inmiddels een draadloze variant met LiPo (dankzij Australië) en eentje met TeleMetry-systeem (dankzij JeeWee). Mijn Fleischmann-baan heeft een zelfgebouwde Game-computer met Windows 7 Ultimate, omdat de software van Slot.It niet verder reikt, een Phidget en een DS-200 voor de tijdwaarneming. De pitstraat van Polistil wordt aangestuurd door PCLapcounter op basis van de Phidget. Het geheel is te volgen op 3 monitoren die ik hier in de buurt voor een krats heb opgescharreld. Denk aan 5 euro het stuk. Achter die monitoren zitten dan wel twee razendsnelle grafische kaarten met een lekkere dot geheugen. Als je tot op een duizendste van een seconde de tijd meet, dan moet de weergave dat wel bij kunnen houden natuurlijk!

Interview met Hein Tunnissen

Circuit Zolder

De baan heeft mooie en minder mooie kanten. Mooi is dat het geen voorgekauwd ontwerp is, maar een hersenspinsel dat al bouwend ontstond. Daarmee sneed ik mij wel enigszins in de vingers, want ik ontkwam niet aan een Monzabocht. Mooi is de brug die drie keer over de baan gaat, minder mooi is dat de cockpit eigenlijk meer geschikt is voor twee kleine jongetjes dan voor twee volwassen mannen. Maar ik rijd vrijwel altijd alleen, dus in feite speelt het geen rol. Een Ninco Megane RS spuit in 19 seconden rond; een Audi R18 TDI in 15 en mijn Mosler AW flink getuned kan het (kan ik?) in 14,3 sharp. Eenmaal in twaalf, maar toen vloog de auto de Monza-bocht uit om verderop weer exact in de gleuf te landen, pal voor de finish! Amazing, maar buiten de regels natuurlijk. Het is geen baan voor een drone!

Onderdeks is de baan helemaal doorgelust, met min of meer gelijkelijk verdeeld een paar dead strips, zodat het geheel tussen Start en Finish vier sectoren telt. Voor de voeding heb ik drie dikke trafo’s van anderen overgenomen. Einde hobby, overleden, Parkinson, een stuk of wat TIA’s, echtscheiding: you name it! Eéntje voor de LED-verlichting en voor iedere track een aparte labvoeding. Eenmaal warm, zo stabiel als de Bank van Nederland. Mijn baan gebruik ik ook om te testen of ik met mijn gepruts wat heb bereikt. Of om een probleempje goed te maken waar ik op de club niet meer uitkwam.

Aan de kop van de baan heb ik een werkplaatsje gemaakt. Eigenlijk alles miniatuur, wat ik een verdieping lager in het groot heb. Klein bankschroefje, klein Dremeltje, klein halo-bouwlampje en wat kastruimte en plankies om de zooi te ordenen. Ook een flinke ordner met manuals, facturen, uitgeprinte emails en vooral de nagekomen verbeteringen van Slot.It. Overbodig te zeggen dat de baan een eigen router met wifi heeft. Geen vitrinekast, geen mint-auto’s of verzameldrift. Daar heb ik helemaal niks mee. Als ze niet rijden, is het kinderspeelgoed waar ik geen enkele binding mee heb. Zelfs een beetje dommig, eigenlijk! Het nadeel van zo’n leuke eigen vaste plestic baan en een leuke snelle MDF-baan op de club is dat de setup ontzettend lastig is. Sinds een jaar heb ik dan ook typische thuisauto’s en auto’s voor de club Amazingslotcarracing te TE. Ik heb zelfs een aparte controller voor de club, want de SCP 1.1 heeft zoveel instelmogelijkheden dat je die twee banen ook op dat vlak maar beter gescheiden kunt houden. Het is wel allebei even leuk. Op mijn thuisbaan ben ik heer en meester en niemand zit mij in de weg. Op de club hoor ik verhalen, race ik tegen anderen en krijg welgemeende adviezen of leer ik van andermans fouten. Daarbij is het echt een vriendenclub. Mijn maatje is Markus, de eigenaar. Door mij in mijn blogs steevast aangeduid als Marcus Aurelius, de Romeinse heerser die opviel door wijsheid en rechtvaardig handelen. We hebben veel gemeen en het is ontzettend leuk om met hem te praten over van alles en nog wat. Stiekem vinden wij het geen probleem als we een keer een slecht bezochte avond hebben. Dan gaan we echt helemaal los op de tracks twee en drie. Amazing!

Interview met Hein Tunnissen

Racekist

Rijd je bij een club, dan heb je een kist. Ik bouwde er zelf eentje die ik sinds kort heb vervangen door de bekende racekist die bijna iedereen heeft, de Poly Design. Het verschil is dat mijn kist horizontaal is georganiseerd, zoals de fotokoffer van een persfotograaf, en dat de Poly verticaal is opgezet. Dat is bij clubs handiger, maar gelet op de benodigde ruimte maakt het niet zoveel uit. Het blijven gewoon grote bakken. In Drachten zie je wel dat de Poly goed past: ruggelings tegen elkaar, gaan er veel makke schapen in een hok. Sinds ik mijn Poly heb, weet ik dat ik niet echt een voorkeur heb voor een merk of auto. Met 5 Moslers in verschillende uitvoeringen ligt er wel een accent, maar er is ook een bakje met evenveel LMP’s (NSR, Slot.It, Fly, en zelfs een Hobby Slot uit de 5 euro-bak op de Scalextrix-beurs in Houten) dat me net zo lief is. Bijvoorbeeld die Panoz van Fly met zijn motor voorin en zijn rammelende cardanas. Alleen Fly kon die auto bouwen en het is een prachtig ding, ook om te zien. Rijdt natuurlijk als een pak natte kranten, maar dat is dan wel weer een uitdaging. Fijn een paar dagen tobben over die idiote cardanas met veerverbinding! Inmiddels wel opgelost met een schuifpennetje uit mijn Philips ME-bouwdoos (Mechanical Engineer), gekregen toen ik 9 was. Hoe dat kan? Een kwestie van opruimen!

Je zou dus onderhand kunnen zeggen dat troep wel mijn grootste ergernis is, maar dat is niet helemaal waar. Ik vind vooral dat ‘Ordnung muss sein’, veel goeds oplevert en geld en tijd spaart. Gelijktijdig vind ik dat iedereen het helemaal zelf moet weten. Mij kan de buitenkant van mijn auto (Renault Vel Satis 2.0 Turbo) betrekkelijk weinig schelen, maar de binnenkant heb ik graag schoon. Dat vindt mijn vrouw ook, maar die vindt gepoetst ook wel belangrijk. Nee, mijn ergernis zit meer in het belangrijk vinden, waar ik vind dat relativeren noodzakelijk is. Het is maar een hobby, het is maar een tijdverdrijf. Het is mooi, maar vergeet je vrouw en kinderen niet! Het is mooi en interessant, maar het is geen universitaire studie waarop je kunt promoveren of waarmee je baanbrekende dingen kunt doen. Wat wel een vreemde formulering is, in dit verband. Ik houd van humor en een dikke knipoog. Ouwe mannetjes (vooral) die zich nog zo nodig moeten bewijzen. Erg leuk allemaal, maar toch ook een beetje lachwekkend. Niet meelijwekkend, want het is ook passie en dan kan er veel. Ben ondertussen wel blij dat het een sport zonder hooligans is. Om die reden heb ik voetbal al sinds jaar en dag afgezworen; mijn vrouw draagt mij op handen!

Interview met Hein Tunnissen

Onze club

Het vriendschappelijke aspect is het mooiste. Daarom willen we onze club ook een stukje laten groeien. Een eerste stap was opfrissen van de website die, als zo vaak, behoorlijk verouderd en achterhaald was. Ik bood aan om wekelijks een blogje te schrijven. Gekke verhaaltjes over onze belevenissen in de meest brede zin van het woord. Want we staan als slotcarracers natuurlijk wel midden in de wereld. Voor mezelf formuleerde ik een paar uitgangspunten en herkenbare schrijfwijzen: plesticbaan, golfbaan (Ninco), Marcus Aurelius, te TE (in Tweede Exloërmond), hoogleraar slotcarracen JeeWee van Capelleveen en nog zowat. Tot groot genoegen van de club was het al gauw een succes; de blog wordt tot ver buiten Nederland aangeklikt, met de VS en Zuid-Amerika wel als belangrijkste uitschieters. We denken dat het vooral vertrokken Nederlanders zijn die willen lezen hoe het in het vaderland gaat. Of zoiets. Maar er zijn ook buitenlanders die met behulp van Google Vertaal de blog consumeren. Dat bleek heel duidelijk toen ik over het Spaanse debacle ‘Dommo’ schreef: een piek in Spanje! Zelf beleef ik veel plezier aan het schrijven. Het is sprinten op de korte baan en niemand houdt mij tegen. Ik bedoel dat ik ook wel eens van een hoofdredacteur te horen heb gekregen: “Nou, nou, moet dat nou zo expliciet?” Ja, dat moet! Want we zijn slotcarracer bij de gratie van onze omgeving, om te beginnen bij die van onze partner die ons die hobby met liefde gunt. En de ruimte op zolder, en de greep in de huishoudbeurs en de benzine om weer naar een wedstrijdje te rijden etc. In Drachten hoorde ik het verhaal van de vader die zijn zoon uit huis zag vertrekken. Tja, zo zit het leven in elkaar. Later nog eens nagedacht en vliegensvlug zijn jongenskamer omgebouwd tot slotraceparadijs. Beetje schuiven, beetje handig zijn: het paste precies. Lekker baantje, joh! Staat die zoon drie maanden later weer op de stoep! Godsknetter nog-es-an-toe! Mijn blog is een knipoog en een glimlach. Soms wat venijn en soms doet het wat pijn. Ik hoorde dat mijn gekanker op Ninco wel wat kwaad bloed heeft gezet. Er waren zelfs mensen die mij gingen verdedigen: hij bedoelt het niet zo kwaad. Nee, inderdaad. En als je dan helemaal weg bent van Ninco, dan mag dat best en er zullen heus wel redenen voor zijn. Ik rijd al 40 jaar Renault en ik weet niet anders dan gekanker op dat merk door vooral liefhebbers van Duitse automerken. Altijd underdog, altijd roest, altijd malheur met een sterke opleving van het venijn als het slecht gaat in de F1. Ik ken het onderhand wel en het kan me geen zak schelen. Een BMW rijdt alsof je over een aardappelveld ploegt, een VW is de verblikking van oplichting en Audi’s zijn ontegenzeggelijk even snel als conservatief. Gangsterauto’s! Maar wat kan mij dat schelen? Kritiek moet je kunnen velen en zeker milde kritiek die een glimlach tot doel heeft. Niet kwaadaardig!

Ford Lotus

Enigszins beroemd is onze club geworden door het maniakale doorzagen van Ford Lotussen van Fleischmann om er vervolgens een motormount van Slot.It in te lijmen. Met de daarbij behorende versnellingsbak en aangepaste banden. Schuim! Het is eigenlijk een hobby binnen een hobby om die wagens van bruinkoolplestic (wie zou dat verzonnen hebben?) op gang te krijgen. Alphons P heeft het nu zelfs gepresteerd om er een angle winder van te maken, maar daarvoor heeft hij helaas wel de billen van de coureur enigszins af moeten slijpen. Maar dat kan ons geen ruk schelen! Mooi werk! In mijn kist zit ook een vijftal verschillend getunede Lotussen en op zolder heb ik nog wat reserves staan uit de dozen Monte Carlo 8000 die ik kocht vanwege de baandelen. Als ik weer een projectje doe, dan sloop ik een groen of oranje wrak uit 1960, spuit het minutieus met een spuitbus van Action en begin daarna te dremelen. De club heeft een mal (fabricaat Fokko) waarmee je de motormount precies parallel met de vooras kunt vastlijmen. Voorbanden worden tot op het karkas afgeslepen en een enkeling gooit nog een blok lood in het vooronder. Scheuren maar! Vaak staan we als wijven te gieren van het lachen als vier van die lijken om het hardst over de baan scheuren. De oude Fleischmann zou nog een hartstilstand krijgen van schrik! Mijn laatste Lotus heeft een NSR-motor van 30K in een 1mm offset motormount van Slot.It. Probleem is dat de banden steeds van de NSR-Air velgen afvliegen; de naam zegt het al. Nog vastlijmen met Bisonkit, want dat elastikeert beter. Wetenschap uit de 24-klasse.

Carrera Ferrari

Not amazing natuurlijk, want de 24-ers zijn er ook! Met mondjesmaat want de auto’s rijmen niet zo goed met de 32-ers. We rijden af en toe gecombineerd en dat is niet echt een succes. Voor beide klassen niet. Het is wel fenomenaal, zo hard als die auto’s rijden. Dan lijkt een Mosler wel een scootmobiel! Mijn 24-systeem bestaat uit een Carrera Ferrari 575 GTC Giesse Cimed, met een Plafit chassis en schuimbanden (Stimmt, Moosgummi). Het was leuk om hem te bouwen en het gepruts aan het chassis is ook een leuk tijdverdrijf, maar met die enorme schoen aan de onderzijde doet het geheel vooral denken aan een omgekeerde monorail. Dat ik het niet helemaal serieus neem, blijkt wel uit het feit dat ik de Carrera-elektronica voor de lampjes terug heb geplaatst nadat ik het chassis onder de kap had gevogeld. En die auto weegt al zowat een ton! Maar hij rijdt wel mooi soepel, waar weer tegenover staat dat het remmen volstrekt waardeloos is. Zelfs met mijn SCP-1.1! Nee, geen oplichtende remschijven bij deze mooiste Ferrari ooit!

Interview met Hein Tunnissen

Digitaal

In oktober 2015 kocht ik voor mijn SCP 1.1 controller een TeleMetry-systeem van niemand minder dan JeeWee. Voor een hele schappelijke prijs, om niet te zeggen spotgoedkoop! (Mijn vrouw zegt nu: “Dit is geen handige opmerking, lieverd!”) en sindsdien is er bij mij een ruk naar digitaal te bespeuren. Vooral eigenlijk omdat je het Slot.It-systeem ‘Oxigen’ overal mee naar toe kunt nemen en omdat het op verschillende manieren toepasbaar is. Het verschil tussen analoog of digitaal bestaat eigenlijk niet meer. Dat is een wezenlijk verschil met andere systemen. Neem Carrera of Scalextric. Gewoon volledig stand-alone. De overstap van analoog naar digitaal, maak ik in stapjes. Mijn controller is inmiddels draadloos en ik sta op het punt om een Mazda LMP (Slot.It) een chip te geven, zodat ik thuis digitaal kan rijden. Heel simpel door de aansluiting op mijn Stop&Go-box (eigen fabricaat) met een kort stukje kabel met zekering en twee Hirschmann banaanstekkers aan te passen. Vanaf dat moment staat continue de volle spanning op de baan, waardoor mijn haardroger ineens hele andere kwaliteiten krijgt. Amazing! Daarna is het een kwestie van een USB-dongle voor de PC, waarmee ik dan controller, auto en PC verbindt. Full digitaal en als ik naar de club ga meteen weer analoog.

Ik kanker terecht heel wat op die Italianen, maar dit hebben ze echt veel beter voor elkaar dan de Duitsers of de Amerikanen. Nu moeten ze die rot Ferrari’s in de F1 nog een beetje op snelheid zien te krijgen. Voor 2017 voorspel ik twee dingen: Renault rijdt straks in de Red Bull onze helden van Mercedes linea recta terug naar de Heimat en Mclaren Honda maakt het kwartet met Alonso en Button vol. Klein dingetje om niet te vergeten: Torro Rosso gaat in 2017 terug naar Renault. In Canada is dat beslist, want de fut van de Ferrari’s is er nu al uit en er komen geen updates meer. Max is echt net op tijd weg bij dat team! Daarom veel goede races toegewenst, thuis, op de buis of in het honk en als u vindt dat er op mijn schrijfsels gekankerd moet worden, be my guest! Misschien is een Nederlands Slotcar Forum een idee?

Stokje

Het stokje geef ik graag door aan Johnny Be Good in Delfzijl. Hij is de kompaan & buurman van Alphons P die al eerder in deze kolommen figureerde. John is een kundig slotcarracer, een doorzetter en een ontzettend aardige man. En hij haat Ninco! Precies de combinatie die je moet hebben voor deze sport.

Hein, bedankt voor je zeer uitgebreide 'monoloog'. Het is een boeiend verhaal.

Stuur een e-mail als je ook geïnteresseerd bent in een vraaggesprek met Racebaaninfo.nl.

Gepubliceerd op 21 juni 2016

Auteur: Jan Willem van Capelleveen / @jwvcapelleveen

Like en volg Racebaaninfo.nl op Facebook

3 leessuggesties:

Interview met Alphons van Meerendonk

Interview met Klaas Bos

Interview met Marc Brevoord