Interview met Duco Kapitein

Interview met Duco Kapitein

“Het werd met vriendin en kinders een uitermate leuke kerst, racend in de woonkamer, die met aan de kant geschoven meubels ruim baan gaf aan het in eren herstelde Fleischmann circuit.”

Racebaaninfo.nl – JeeWee over slotcars en racebanen | Bekijk Racebaaninfo ook op Facebook

Interview

Interview met Duco Kapitein

In het racebaanwereldje wordt jaarlijks uitgekeken naar het filmpje over de ‘Kerstracebaan’ van Duco Kapitein. Ieder jaar wordt zijn woonkamer omgebouwd tot een raceclub voor vrienden en bekenden. In dit interview vertelt Duco onder andere over snelwegarchitectuur, oude en vergeten circuit en digitaal slotracen.

Wie ben je en wat doe je?

Mijn naam is Duco Kapitein, geboren in 1967. Bouwkunde gestudeerd aan de TU Delft, ben ik sinds 1993 werkzaam als architect. Samen met mijn vriendin, ook architect, heb ik een architectenbureau. We hebben samen twee kinderen, een dochter geboren in 1999 en een zoon geboren in 1997.

Ben je een autoliefhebber? Volg je de autosport?

Zowel mijn vriendin als ik zijn milde liefhebbers van autosport. Mild in de zin van: wel op tv volgen, maar geen circuitbezoek. Sinds tijden volgen we de Formule 1. Sinds mijn kennismaking met liefhebbers van endurance racing ben ik ook de 24h van Le Mans gaan volgen, al is dat het enige evenement dat ik volg in die klasse.

Ik ben een autoliefhebber, maar geen petrolhead. Ik word niet wild van extreme prestaties of hard rijden, het gaat me meer om de schoonheid en esthetiek van auto's, en het verhaal erachter.

Deze zomer hebben we bijvoorbeeld het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart bezocht, een perfecte samensmelting van geschiedenis, architectuur, autovormgeving, kortom de hele esthetica van snelheid en beweging.

Interview met Duco Kapitein

Die esthetische voorkeur strekt zich uit tot alles wat aan auto's en verkeer gerelateerd is. Ik ben gefascineerd door snelwegarchitectuur, de sfeer van nachtelijke benzinestations, het filmische tijdloze cocongevoel van nachtelijk autorijden. De infrastructuur van de snelweg, de architectuur in beweging heeft een enorme impact op onze leefomgeving en onze perceptie van de wereld om ons heen. Het is prachtig maar ergens ook vervreemdend, dat de visuele opzet van een snelweg – rijstroken, wegstrepen, vangrails, viaducten – onverkort en uniform overal ter wereld door steeds wisselende landschappen snijdt.

Interview met Duco Kapitein

De eerste ontwerpen van de Duitse Autobahn werden nog zo sierlijk mogelijk op de natuurlijke omgeving afgestemd, om het landschap vanaf de weg als perfecte ansichtkaart te ensceneren. In ons eigen land (en in mijn jeugd een favoriete bestemming op zondagsritjes) is het monument op de afsluitdijk (van architect Dudok) een mooi voorbeeld van dergelijke architectuur. Sommige wegontwerpen doorsnijden nietsontziend het landschap, of lijken er alles negerend geheel los overheen gelegd te zijn. Qua films ben ik dan ook een groot fan van road movies – films waarin per auto gereisd wordt en je veel van het landschap vanaf de weg ziet.

Interview met Duco Kapitein

Daarnaast heb ik een zwak voor de sfeer, geschiedenis en architectuur van racecircuits. Ik kan uren bladeren door artikelen over oude, vergeten autodromes, of in Berlijn de resten van de AVUS opzoeken en nagaan wat er nog zichtbaar van is in de huidige stad. Zulke plekken bezitten naar mijn gevoel een verborgen spanning of magie die moeilijk in woorden te vatten is. Het lijkt een beetje op het gevoel dat je kunt ervaren als je over een historisch slagveld wandelt, wetend wat er ooit op die plek gebeurd is.

Ook de schoonheid eromheen heeft mijn interesse. Het zijn vaak bijzondere landschappen, soms sierlijk versmolten met de omgeving (Spa Francorchamps bijvoorbeeld), soms volledig opgenomen in het stedelijk landschap (denk aan Monaco). Dan zijn er nog de vergeten circuits, waar soms nog resten van over zijn – bijvoorbeeld de eindbocht van de AVUS in Berlijn, of de geheel door begroeiing overwoekerde banked curves van Brooklands. Magische plekken.

Interview met Duco Kapitein

Dat geldt ook op papier: bijvoorbeeld het ontstaan van Zandvoort, de verschillende versies die het circuit gehad heeft, de ligging in de duinen en hoe dat landschap benut is in het wegontwerp – of de lay-out van Suzuka (net als Zandvoort een ontwerp van Hans Hugenholtz), maar ook de kleuren van apex blokken, de vorm en ligging van pitstraten, de betonarchitectuur van de grand stand van Le Mans.... en dat weer in combinatie met de sierlijke lijnen van de racewagens, de filmische hectische sfeer op een racedag, de adrenaline die door mensen, wagens en zelfs de gebouwen lijkt te gaan.... dat samengaan van al deze vormen, kleuren en materialen bekoort mij ten zeerste.

Interview met Duco Kapitein

Wat was je eerste kennismaking met het slotracen?

Toen ik 8, 9 jaar was kreeg een vriendje in de straat een racebaan van Fleischmann Auto Rallye. Ik wist niet dat het bestond, maar was meteen verkocht. Ik heb ontelbaar veel rondjes met de rode en blauwe Lotus wagens geracet op het achtje waaruit zijn “Zandvoort” feitelijk bestond. Na eindeloos veel zeuren – mijn ouders overstelpten mij met lego, maar een racebaan vonden ze maar fantasieloos speelgoed – kreeg ik dan toch voor mijn verjaardag een hele echte Fleischmann racebaan. Om de baan ontstond een Lego racebaandorpje, er werden steevast baanstukken gevraagd voor Sinterklaas en verjaardag, de baan groeide gestaag, het wagenpark iets minder snel... na een jaar kwam de Porsche Carrera erbij, nog weer later de Mercedes, en als laatste de Alfa Romeo. De Fleischmann wagens en baanstukken belichamen in hun geniale, oerdegelijke eenvoud nog steeds de essentie van het slotracen voor mij.

Interview met Duco Kapitein

Uiteraard is hier het geheugen een factor: het spelen met de racebaan, het genoeglijk uitleggen van de prachtige baanstukken, de typische geur van de warme elektromotortjes, het stroef schuren van de rubber bandjes... al deze geuren en voorwerpen doen herinneren aan die onbezorgde momenten van puur kinderplezier, waarin niets belangrijker was dan als eerste de teller van 99 naar 00 te rijden, en ik met mijn ogen langs de baan mijn Lotus op topsnelheid langs zag komen zoeven.

Race je regelmatig met anderen?

Nadat ik ruim tien jaar geleden mijn oude Fleischmann op zolder herontdekte en het slotvirus zich weer openbaarde, is er qua slotracen een wat curieus gedragspatroon ontstaan. De herontdekte oude racebaan werd tijdens de kerstvakantie afgestoft en opgebouwd, de oude Fleischmann wagens gerepareerd en – oh internet – het wagenpark al snel uitgebreid met een aantal oogstrelende Scalextric auto's die als de brandweer gingen maar ook aan de baan bleken te kleven – magneten?! Wat was er gebeurd sinds ik alles opborg in 1983?!

Interview met Duco Kapitein

Het werd met vriendin en kinders een uitermate leuke kerst, racend in de woonkamer die met aan de kant geschoven meubels ruim baan gaf aan het in eren herstelde Fleischmann circuit.

Het was zó verslavend leuk, dat we in een opwelling alle vrienden van de wandelclub op nieuwjaarsdag voor een nieuwjaarsrace uitnodigden. Iedereen kon zijn leftovers van oudjaar meenemen en komen racen om de nieuwjaarstrofee van Bourgondisch wandelgenootschap Slap Zat.

Deze traditie is bewaard gebleven. Sinds 2005 ligt de Fleischmann baan elke kerstvakantie in de woonkamer en wordt er zo'n twee maanden van het slotracen genoten. Dit jaar wordt een jubileumrace gereden, de tiende nieuwjaarsrace staat op stapel.

Interview met Duco Kapitein

Het kortstondige raceseizoen in de woonkamer is tamelijk besmettelijk gebleken: niet alleen de nieuwjaarsrace van de vriendenclub, maar ook de verjaardagsfeestjes van de kinderen, de nieuwjaarsrecepties van serviceclubs als Round Table en Rotary, iedereen wil de periodiek aanwezige baan graag benutten voor een racefeestje.

Dus in antwoord op je vraag: we racen periodiek, want eigenlijk maar een paar maanden per jaar, maar dan wel graag en vaak met anderen.

Ga je weleens naar racebaanbeurzen of evenementen?

Dat komt incidenteel wel voor, ik heb weleens een SLN beurs bezocht in een poging mijn collectie aan straatwagens te verrijken met een oud model. Qua evenementen doe ik graag mee aan incidentele races zoals destijds de funraces bij DSCA in Mechelen, of zoals een paar jaar geleden ontstaan via Slottrack: enthousiaste digitale racers die weleens gezamenlijk willen racen op Scalextric digitaal of Carrera 132.

Interview met Duco Kapitein

Uit nieuwsgierigheid naar die systemen ben ik daar een beetje ingerold en heb ik met mijn dochter en haar vriend aan een paar van deze endurance races meegedaan. Heel leuk, dit jaar doen we voor de derde keer een race in Vlaardingen op Carrera digitaal.

Het is niet professioneel maar juist gemoedelijk, een leuk potje gezamenlijk racen op een mooi en supergroot digitaal circuit dat speciaal voor de gelegenheid is ontworpen en uitgelegd. Ik dien daarbij aan te tekenen dat niet alleen het rijden op zo'n remake van een bestaand circuit op schaal heel leuk is, maar ook de schoonheid daarvan mij kan bekoren. Dit jaar wordt Le Mans in 1:32 uitgelegd in de basisschool in Vlaardingen, ik ben benieuwd naar het resultaat.

Wat is je favoriete racebaanmerk en waarom?

Vanuit mijn jeugdsentiment roep ik meteen: Fleischmann. De reden is daarmee ook verklaard: door de mooie jeugdherinneringen en eindeloos veel plezier met de Fleischmann racebaan. Ik rij er nog steeds op, de baanstukken zijn onverwoestbaar. Slijtvast, mooi vlak om op te rijden en uitgekiend qua baangeometrie. Daarnaast heb ik er ook nogal veel van verzameld, ik kon er in mijn jeugd al een ruime baan mee uitleggen – en wat je hebt blijf je gebruiken. Ik heb met de intrede van het digitale tijdperk wel van alles van andere merken eraan vastgeknoopt, zoals bochtstukken met een interessante radius - van merken die dezelfde spoorbreedte hebben (Ninco en Polistil). Daarnaast eigenhandig versmalde wisselbaanstukken van Carrera, of middels de Ninco adapter zelfs baanstukken van Scalextric. Maar de basis blijft Fleischmann.

Interview met Duco Kapitein

Verzamel jij racebaanspullen, slotcars, merken?

Ik heb een tijdje gericht vintage baanstukken verzameld om zoveel mogelijk verschillende baanontwerpen te kunnen maken. Naast alle Fleischmann baanstukken die ooit in de handel zijn geweest heb ik een aardig aantal Polistil en Ninco bochtstukken verzameld – maar ook curiositeiten als de Polistil pitstraat met analoge pit-in en pit-uit baanstukken, of de single lane baanstukken van Ninco. Allemaal handige puzzelstukken voor het kunnen ontwerpen en bouwen van welk circuit ik maar verzinnen kan – want elk jaar ontwerp ik een andere racebaan, en probeer ik steeds weer wat nieuws.

Interview met Duco Kapitein

Qua slotcars verzamel ik graag straatwagens, dus zonder racenummers of liveries. Dit omdat het lijnenspel dan het beste tot expressie komt, het puur om de essentie van de vorm gaat. Niet fanatiek maar wel gestaag sprokkelend heb ik zo een collectie racewagens in straatuitvoering bij elkaar verzameld. Daar zitten alle mogelijke merken bij, van een twijfelachtige Team Slot Renault tot en met een high-end NSR Corvette, en alles daartussenin. Als het maar straatversies zijn. De mooiste in mijn collectie is zo ongeveer de enige “road legal” Porsche 917 die ooit gemaakt is – de zilveren 917 van graaf Rossi, die ooit door Fly in een slotcarversie uitgebracht is en destijds bij SRHW gelukkig nog te koop stond. Ik heb er nog voluit ermee geracet op het circuit van DSCA in Mechelen, tijdens een funrace – gelukkig is in dat strijdgewoel de zeldzame Porsche heel gebleven.

Interview met Duco Kapitein

Dat vind ik overigens wel een punt van belang: verzamelen is leuk, maar er moet wel volop mee gereden kunnen worden. Geen shelf queens dus, alles moet goed rijdbaar zijn of – met de nodige liefde en aandacht – in die staat worden gebracht. Wat overigens weer een liefhebberij op zich is: slechte of middelmatige slotcars, binnen de beperkingen die ze van zichzelf hebben, zo goed mogelijk rijdend krijgen - zodat ook een brakke uitgewoonde Scalextric Porsche uiteindelijk als een zonnetje over de baan kan zoeven.

Interview met Duco Kapitein

Wat is je favoriete merk voor slotcars?

Zoals gezegd, ik kijk eerst naar de vormgeving van het model en dan pas naar het merk dat de wagen heeft gemaakt. Ik heb daardoor niet een favoriet merk, maar heb – door zo ongeveer van alle bekende merken wel een auto te hebben gekocht – wel ondervonden welk merk een goed product aflevert.

Het is ook heel verschillend: de NSR Corvette bijvoorbeeld rijdt veruit superieur aan alles wat ik verder nog bezit, het is een fenomenaal goede slotcar qua rijprestaties. Maar ik heb eigenlijk net zoveel plezier van de topzware wegligging van een Scalextric VW kever, of het vrolijk verende weggedrag van een Ninco Ford Pickup... wat raar rijdt kan ook erg leuk racen zijn, mits je maar met onderling vergelijkbare wagens racet. Qua low-budget toch goed rijden vind ik de modellen van SCX eigenlijk tamelijk onderschat. De SCX Ferrari's zijn, eenmaal ingereden, echt heerlijk om goed en leuk mee te racen. Met Carrera heb ik een haat-liefde verhouding. Qua looks ga ik regelmatig om voor een Carrera (zoals de nieuwe LaFerrari in parelwit), maar qua rijden kan een Carrera me eigenlijk nooit bekoren, laat staan bekeren. Ik weet nog steeds niet goed waardoor dat nu komt.

Gezien het periodieke en dus amateuristische karakter van het racen hier, evenals het feestelijk racen met vooral niet-slotracers, heb ik door deze races wel een voorkeur ontwikkeld voor Scalextric. Dit merk heeft me zelden teleurgesteld. Scalextrics presteren – mits goed opgezet, behandeld en ingereden – heel lekker en betrouwbaar, en ze zijn nog duurzaam bovendien. Daarbij komt dat Scalextric redelijk veel straatversies heeft van mooie supercars, zoals de Bugatti Veyron, de Audi R8, Porsche 997 – en in competitie heb je zo snel een mooi veld aan verschillende auto's die toch redelijk vergelijkbaar presteren in een race.

Interview met Duco Kapitein

Welke slotcar heb je als laatste aangeschaft? En welke staat er op je verlanglijstje?

Als laatste aanwinst staat de James Bond Skyfall set genoteerd: de Aston Martin DB5 samen met een zwarte Range Rover.

Op mijn verlanglijst staan momenteel de SCX Renault RS 01 en de Scalextric Mc Laren P1.

Op welke ondergrond race je bij voorkeur?

Fleischmann plastic. Als ik van Fleischmann geen weet zou hebben en vandaag blanco als nieuweling in deze hobby zou stappen, zou ik vrijwel zeker voor Carrera asfalt gaan. Vlak, Duits en strak, met mooie en ruim gesorteerde bochtenradii.

Interview met Duco Kapitein

Heb je een vaste racebaan? Wat is het thema, vorm, idee erachter?

Nee, geen vaste baan, maar zoals eerder vermeld eenmalig per jaar een tijdelijke baan. Het thema – voorzover je daarvan kunt spreken bij een tijdelijke baan – is eigenlijk elk jaar een soort van Winter Wonderland. Door het gebruik van polystyreen platen als slipstroken komt de baan vrijwel altijd in een witte sneeuwwereld te liggen. Met kerstlampjes, kerststallen en dergelijke is de baan feestelijker versierd dan de kerstboom in de hoek van de woonkamer.

Interview met Duco Kapitein

Ik kleed mijn kerstvakantiebaan graag aan met spoorrails en Märklin treinen op schaal 1 (1:32), oude vintage Carrera Universal gebouwen en wat dies meer zij, voor het feestelijke effect.

Als er ooit een vaste baan komt, zal het ongetwijfeld binnen het thema van de “urban fringe” gerealiseerd gaan worden: Een asfaltjungle, een straatcircuit op een gruizig, industrieterrein, in de stedelijke rafelrand met als decor snelwegspaghetti, spoorwegen en rangeerterreinen, verlaten fabriekshallen en dergelijke.

Interview met Duco Kapitein

Welke randapparatuur gebruik je?

Voor analoge tijdmeting heb ik bij Klaas Bos ooit een prachtige lichtbrug met startlichten en leds in het wegdek aangeschaft. De bijgeleverde software werkt nog prima op een oude XP laptop. De naam van dit systeem ben ik eerlijk gezegd vergeten.

Voor digitaal racen heb ik het draadloze systeem van Scorpius aangeschaft. Dit heb ik als early adaptor nu een jaar of vier in bezit en het werkt prima. In de wagens en wissels zitten Scorpius chips die via wifi communiceren met de draadloze Scorpius handregelaar en de tijdmeting op de pc. Na de nodige kinderziektes en bugfixes blijkt het nu een robuust en betrouwbaar systeem.

Het draadloos digitaal racen is bevrijdend: je kunt met je regelaar overal heenlopen, en desgewenst je race vanuit meerdere posities beschouwen. Ook kun je zelf je gestrande auto in de baan helpen en vanaf daar meteen weer gas geven. De handregelaars van Scorpius zijn fantastisch: remweg, topsnelheid, throttle curve – alles is instelbaar en soepel af te regelen. Het is onvergelijkbaar met de oude, stugge duimregelaars van Fleischmann.

Voor de stroom gebruik ik een 20A voeding met regelbaar voltage.

Heb je een racekoffer en wat zit er in?

Ik heb geen racekoffer.

Heb jij een slotrace ergernis?

Ja, dat mijn ogen achteruit gaan... ik krijg sluipenderwijs meer moeite met heel dichtbij in detail zien, en vrees dat ik ooit een loep nodig ga krijgen voor het micro soldeer- en knutselwerk. Time flies!

Wat is jouw mening over digitaal slotracen?

Ik vind digitaal slotracen superleuk! Al wordt er als de baan eenmaal ligt ook nog wel analoog gereden, de races worden eigenlijk alleen nog maar digitaal verreden. Digitaal racen is totaal anders dan analoog rijden. Je hebt geen eigen spoor meer, maar de hele weg tot je beschikking. In het baanontwerp hou ik daar rekening mee: ik leg het parcours zodanig uit dat een wissel nemen daadwerkelijk een betere flow en betere rondetijden oplevert. Van Scalextric heb ik een bochtwissel omgebouwd naar een chicane. Deze neem je veruit het snelst als je van baan wisselt, waarmee je je opponenten kunt aftroeven.

Interview met Duco Kapitein

Daarnaast is er veel verkeer op de baan: ik heb zes digitale regelaars dus er kunnen zes auto's tegelijk rijden, plus desgewenst nog een autonome ghost car. Bij digitaal racen gaat het niet meer om in je eigen flow de perfecte rondes te rijden, maar een veel chaotischer raceverloop waar zich telkens nieuwe verkeerssituaties aandienen: langzamer verkeer dat je noopt tot inhouden; afwijken van de ideale lijn om in te kunnen halen; tactisch en tijdig pitstops maken om uit het verkeer te blijven; letten op het benzineverbruik en niet droog komen te staan want dan tellen je rondes niet meer. Kortom, het is een digitaal racespel geworden met veel meer amusementswaarde, spanning en afwisseling dan analoog kan bieden.

Waarbij ik aanteken dat een klassiek potje analoog racen nog steeds zijn charme heeft. Het is gewoon een heel ander soort slotracen. Analoog blijft prettig voor alleen of met zijn tweetjes racen, voor de ouderwetse hypnotiserende flow van de perfecte rondes zien te rijden.

Ben je actief op andere slotracefora? Welke sites bezoek je regelmatig?

Ik ben minder actief dan vroeger, maar fora en sites die ik in mijn favorietenlijst heb staan zijn: Slottrack, Slotforum, Slotraceshop, Slotracing2go, SRHW, Pendles, Homeracingworld, Slotcarillustrated, ManicSlots.

Waar kunnen de lezers meer van je zien?

Van alle nieuwjaarsraces zijn filmverslagen gemaakt, die ik op mijn youtube kanaal heb gezet.

Interview met Duco Kapitein

Wie stel jij voor om te interviewen voor deze site?

Ik heb in de tijd van het oude slottrack veel en prettig contact gehad met Dagobert, oftewel Michäel uit Hengelo. Hij heeft zich wat teruggetrokken uit het wereldje geloof ik, maar heb hem leren kennen als een zachtaardige en enthousiaste liefhebber. Hij is direct verantwoordelijk geweest voor mijn gegroeide interesse in Le Mans.

Daarnaast zou ik een interview met de organisatoren van de jaarlijkse Carrera digitaal race hogelijk waarderen – hun initiatief dit elk jaar te doen vind ik erg leuk en interessant.

Duce, heel erg bedankt voor dit zeer uitgebreide interview. Je hebt je passies mooi omschreven. Ik kijk weer uit naar je volgende videoverslag van de nieuwjaarsraces!

Stuur een e-mail als je ook geïnteresseerd bent in een vraaggesprek met Racebaaninfo.nl.

Gepubliceerd op 23 december 2015

Auteur: Jan Willem van Capelleveen / @jwvcapelleveen

Like en volg Racebaaninfo.nl op Facebook

3 leessuggesties:

Interview met Alphons van Meerendonk

Interview met Klaas Bos

Interview met Marc Brevoord